Een eerlijk en compleet beeld van Pieter

schilderenPieter is een leuk jongetje om te zien. Hij heeft blonde krullen, blauw-grijze ogen en een enthousiaste uitstraling. Hij is vier en een half jaar oud wanneer hij door Integrale Vroeghulp wordt doorverwezen voor procesdiagnostiek. Een jaar eerder is hij al onderzocht in het universitair medisch centrum. Dat onderzoek verliep niet prettig en leidde tot een ontwikkelleeftijd van 23 maanden, terwijl zijn kalenderleeftijd 42 maanden was.

Kan Pieter zich wel ontwikkelen?
Moeder: “Onder begeleiding van een vrijwilliger gaat Pieter twee dagdelen per week naar de basisschool waar ook onze andere kinderen naartoe gaan. Hij heeft het daar naar zijn zin. Zijn juf van groep 1 vindt hem een vrolijke en enthousiaste jongen. Hij doet echt zijn best, maar begrijpt vaak niet wat de juf of andere kinderen van hem willen.”

Beter en breder kijken
Pieter ontwikkelt zich langzamer dan andere kinderen. Omdat de juf hem niet de speciale aandacht kan geven die hij nodig heeft, komt zijn ontwikkeling in de knel. De belangrijkste vraag van zijn ouders gaat over Pieters intelligentie en zijn concentratie. Om een goed beeld van Pieter te krijgen, is besloten hem over een langere periode te onderzoeken en te observeren. Dat gebeurt zowel individueel als in de groep. Moeder: “De eerste keer was hij heel onbevangen en werkte hij goed mee. Af en toe scharrelde hij wel wat rond of kwam hij bij mij knuffelen, maar daarna kon hij weer verder. De tweede keer was hij veel onrustiger.” Het komt op de onderzoekster over alsof hij zich herinnert hoeveel moeite het de eerste keer kostte om te doen wat er van hem gevraagd werd. In de groep laat hij aan de onderzoekster goed zien wat zijn mogelijkheden zijn. Zijn open en vrolijke uitstraling valt ook tijdens de groepsobservatie op. Hij is ondernemend en heeft humor, maar zijn werkhouding en bewegingsonrust vallen uit de toon.

De achterstand neemt toe
Uit het onderzoek blijkt dat Pieter zich wel heeft ontwikkeld, maar dat zijn achterstand ten opzichte van leeftijdsgenootjes toch is toegenomen. Alle mensen om Pieter heen zien duidelijk concentratieproblemen. Op school leidt dit tot een verhoogd risico op externaliserend gedrag en een prikkelverwerkingsstoornis. Moeder: “Toen we deze conclusie hoorden, kwam het best hard aan. We wisten natuurlijk wel dat Pieter een achterstand had, maar om te horen dat je kind in de categorie verstandelijk beperkten valt, is toch even slikken. Omdat er nu zo uitgebreid naar Pieter is gekeken, kunnen we deze diagnose wel accepteren. We kunnen nu verder en houden gelukkig de komende tijd onze trajectbegeleidster.”

Passende begeleiding voor ouder en kind
Omdat Pieter veel extra begeleiding nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen, heeft het team Integrale Vroeghulp Pieters ouders geadviseerd hem aan te melden bij een school voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen (cluster 3) en door een kinderarts nader te laten onderzoeken wat de oorzaak van zijn ontwikkelingsachterstand is. De trajectbegeleiding kan worden voortgezet, zodat Pieters ouders ook worden ondersteund bij het vervolgtraject voor hun zoon.

Deze casus is ontleend uit De regio centraal, regio Twente. Deze casus is ook hier in een PDF te downloaden.

 

  • Kernpartners Taskforce IVH:
  • Met steun van: